De nasleep

In het boek Brieven naar de groene hel beschrijf ik in het hoofdstuk Foja hoe de ongewilde logeerpartij bij de rebellen van de OPM, de bevrijdingsbeweging van West-Papoea, verliep. Sommigen vragen wel eens hoe de buitenwereld later op die gebeurtenis reageerde, en of het nog in de krant had gestaan.

Aanvankelijk was er geen ruchtbaarheid aan gegeven. Het was tenslotte geen slepende affaire geworden. Pas begin mei 1985, een maand na het incident, verschenen er wat berichten. Er was een kort stukje in de Far Eastern Economic Review en ook in enkele Nederlandse kranten werd er gewag van gemaakt. De Telegraaf besteedde er op 2 mei 1985 twee kolommen aan. De intrigerende vraag blijft: waarom toen, een maand nadien? Zou er op de Koninginnedagreceptie in Jakarta over gesproken zijn? Dat vermoeden wordt versterkt omdat de Nederlandse ambassadeur dr. F. van Dongen uitgebreid wordt geciteerd. Hij meldde dat “..de gijzeling weinig om het lijf heeft gehad en behoren dit soort korte vrijheidsberovingen tot de kleine bedrijfsrisico’s in dit woeste gebied”. Hij vervolgde: “De Papoea’s zijn nadat ze wat verbandmiddelen en medicijnen hadden gekregen weer in het bos verdwenen. Het was allemaal niet zo spectaculair. Het is gelukkig goed afgelopen.”

Waarom de beste man de journalist (?) zo luchtig te woord meende te moeten staan laat zich raden.

Het Telegraafartikel besloot het verslagje met: “Het gegijzelde trio was dermate weinig onder de indruk van het gebeurde, dat zij daags na het incident hun werkzaamheden in het gebied weer normaal hebben hervat”.

Dat gold misschien enigszins voor mij (al zou ik na het gebeurde snel vertrekken), maar in ieder geval niet voor Waluyo, de Javaanse technicus die met ons mee was en ook van de gastvrijheid van de OPM mocht genieten. Sterker, ik heb later gehoord dat hij jaren grote psychische problemen heeft gehad en niet meer kon werken. Het moge duidelijk zijn dat hij meer gevaar liep dan de (Nederlandse) piloot en ik. Dat wist hij vermoedelijk, want hij was doodsbang en terecht.

Weer veel later, in 1998, stond er in weekblad Elsevier een artikel over een expert in het oplossen van ontvoeringen, een voormalige recherchechef. De man bleek ijverig een lijstje bij te houden van wereldwijd ontvoerde Nederlanders sinds 1975. En inderdaad, de in het boek beschreven gebeurtenis prijkt vrolijk tussen de meer geruchtmakende zaken als die van Caransa, Heineken en Heijn.

lijstje