De Verklaring van Arusha

De economische misère in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Tanzania heeft, als in alle Afrikaanse landen, te maken met het vinden van de juiste koers na de dekolonisatie twintig jaar eerder. Daarnaast geldt dat die periode de apex vormde van de socialistische beleidsintenties die Nyerere in de Verklaring van Arusha in 1967 had uitgesproken. Wat staat daar eigenlijk in?

Nyerere bij de Verklaring van Arusha (boven derde van rechts)

Nyerere bij de Verklaring van Arusha (staand, derde van rechts)

In het eerste deel worden de grondrechten en beleidsprincipes opgesomd: gelijkheid, het recht op een rechtvaardige beloning, vrijheid van meningsuiting, gezamenlijk bezit van natuurlijke hulpbronnen, enz. maar ook de verantwoordelijkheid van de staat om te interveniëren in het economische leven. De hierop volgende beleidsprincipes hebben vanzelfsprekend een socialistische ondertoon.

Het tweede deel behandelt de gewenste aard van het socialisme, met als onderwerpen de bestrijding van het kapitalisme en de onderhorigheid, de controle over de productiemiddelen, de democratie en het socialisme-als-geloof. Het derde deel is de kern van de Verklaring en gaat over zelfbeschikking. Het concludeert dat het nastreven van een geldeconomie voor Tanzania onzin is vanwege het gebrek aan deviezen. Daarnaast zou het land niet afhankelijk moeten willen zijn van buitenlandse hulp, leningen of investeerders. Ontwikkeling van de industrie is ook geen optie voor het land, ook weer door het gebrek aan deviezen. Wat dan wel? Het antwoord is: landbouw. Natuurlijk is Tanzania al voornamelijk een agrarische samenleving, maar deze kan juist verder ontwikkeld worden door harder en slimmer te werken. Vooral de mannen op het platteland worden opgeroepen de handen uit de mouwen te steken; de vrouwen werken al meer dan voldoende! De mannen verdoen hun tijd met achterklap, dansen en drinken en het is dit ongebruikte potentieel dat Nyerere vooral wil aanspreken.

Tenslotte zijn er nog twee delen die gaan over de regels rond de TANU, de toenmalige enige partij van het land, de latere CCM.

Dat was dus de Verklaring van Arusha. Men moet die natuurlijk ook zien in de geest van de tijd, 1967. Maar het was wel de basis voor de de ujamaapolitiek, met zijn nadruk op de agrarische plattelandssamenleving, waarvan de gevolgen in de jaren tachtig nog sterk voelbaar waren zoals naar voren komt in ‘Brieven naar de groene hel’.

Het is aardig om een artikel van Nyerere uit 1998 te lezen, getiteld ‘Good Governance for Africa’ (Goed Bestuur voor Afrika), dus niet lang voor zijn dood. Hij was toen al dertien jaar president af, en moet de ontwikkeling van zijn land sinds 1985 goed gevolgd hebben. Nyerere is de eerste om te erkennen dat Afrika in het algemeen geen goed bestuur heeft gehad (en zal daarbij ook aan zijn eigen beleidsfouten gedacht hebben), maar ageert anderzijds fel tegen de paternalistische houding van de westerse landen die de eis ‘goed bestuur’ als voorwaarde voor ontwikkelingsfondsen hanteren. Hij schetst de moeilijkheid

Nyerere in zijn nadagen

Nyerere in zijn nadagen

voor een land om zich uit de vicieuze cirkel van armoede en corruptie te ontworstelen: armoede is een voedingsbodem voor corruptie, en corruptie leidt tot slecht bestuur dat de armoede in stand houdt. Hij wijst op noodzaak van een zekere economische ontwikkeling voor echte democratie (zoals het in Tanzania inderdaad is gegaan) en op de successen die er zijn geboekt in het ontwikkelen van kennis en vaardigheden. Hij erkent de opkomst van een keur aan despoten na de onafhankelijkheid in Afrika (Idi Amin, Bokassa, Mobutu), maar herinnert ons aan de verscheidene dictators en junta’s die Europa niet lang daarvoor heeft gekend en refereert fijntjes aan het feit dat Afrika géén rol heeft gespeeld bij het in het zadel helpen van de Europese slagers (maar andersom dus wel).

Hij verwerpt ook stellig de drang die werd uitgeoefend door de donorlanden om de rol van de staat te verminderen. En dát was de tijdgeest van de jaren rond de millenniumwisseling. Als hij nu zou weten hoe de zaken sindsdien gelopen zijn, zou dat hem ongetwijfeld een glimlach ontlokken.