Categorie archief: West-Papoea

In memoriam Gerard Janszen

Onlangs bereikte mij het droeve nieuws dat Gerard Janszen op 20 oktober 2014 is overleden. Gerard was het hoofd van de booroperaties in het Mamberamogebied in Nieuw-Guinea in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hij had toen een hoofdrol bij het oplossen van de penibele situatie waarin ik mij toen plotseling bevond, diep in het oerwoud bij het Fojagebergte. Lees verder

Vergeten oorlogen

Toen ik in 1985 met mijn Javaanse collega Tri in een discotheek in Jakarta terugblikte op onze intrigerende verkenning van de Apauwarrivier in Nieuw-Guinea, bekende hij dat hij een keer eerder in de buurt van Nieuw-Guinea was geweest. Als marineman op een Indonesische onderzeeƫr in 1962. Daarmee deed hij mee aan de strijd tegen de Nederlanders, die toen nog in Nieuw-Guinea de lakens uitdeelden. Lees verder

De nasleep

In het boek Brieven naar de groene hel beschrijf ik in het hoofdstuk Foja hoe de ongewilde logeerpartij bij de rebellen van de OPM, de bevrijdingsbeweging van West-Papoea, verliep. Sommigen vragen wel eens hoe de buitenwereld later op die gebeurtenis reageerde, en of het nog in de krant had gestaan. Lees verder

Hoe Zwarte Piet de Papoea’s behulpzaam was

In november 2013 was er nogal wat gedoe rond het Sinterklaasfeest. Er waren demonstraties en tegendemonstraties, er waren petities en tegenpetities. Over hoe een merkwaardig misverstand in een schijnbaar ongerelateerde kwestie de zaak van de Papoea’s op ongekende wijze voor het voetlicht heeft gebracht. Lees verder

West-Papoea Anno 2013

Dertig jaar na mijn verblijf in West-Papoea, en dus vijftig jaar na de overdracht van Nederland aan IndonesiĆ«, is de vraag hoe de situatie zich ontwikkeld heeft. Zou het nog steeds onrustig zijn, of zouden de Papoea’s inmiddels vrede hebben met de Indonesische aanwezigheid? Lees verder

Wie was Arnold Ap?

In het boek verhaal ik in hoofdstuk Jobi (p 216) over de dood van Arnold Ap in 1984. Ik kon me dit niet meer herinneren, maar tussen de stapel luchtpostbrieven die ik voor het boek gebruikte vond ik een krantenknipsel terug (zie inzet). Dit betrof overduidelijk een stukje uit de weekeditie van de NRC, met het karakteristieke, dunne krantenpapier. Ik heb dit ongetwijfeld uitgeknipt en bewaard of bij een brief naar mijn vriendin ingesloten. Lees verder