Terug in Singapore

Het contrast tussen Singapore en Soemba kan niet groter zijn. Hier geen primitieve huizen en slechte wegen, doch een strak gereguleerde stadstaat met hoogbouw en een florerende economie gespeend van elke couleur locale. Toch is het allebei Zuidoost-Azië.

We schrijven eind februari 2014. Ik wandel van mijn kortstondige onderkomen, het grote en onpersoonlijke Carlton aan de Bras Basah Road, naar de Marina Bay, de voormalige haven. Het enige aardige aan het hotel is dat ik vanuit mijn kamer pal op het Raffleshotel kijk, een van de weinige ikonen uit meer schilderachtige tijden die de stad nog rijk is. Het doel van de wandeling is om een kijkje te

Marina Bay

Marina Bay

nemen bij de Clifford Pier, ongeveer twee kilometer verderop. Ik passeer daarbij de Singapore Cricket Club, een ander aardig gebouw in koloniale stijl, verscholen achter weelderige palmen en bomen. Ook het Fullertonhotel lijkt nog oorspronkelijk, al vind ik het niet heel mooi, maar ook dit is een aberratie in het geweld van wolkenkrabbers en ongedefinieerde glazen gebouwen waar de menselijke maat zoek is en de strakke zakelijkheid overheerst.

Als ik bij de baai kom vind ik de Clifford Pier weer gemakkelijk terug. Dit was vroeger de terminal waar de passagiers zich inscheepten op de mailboten en oceaanstomers. Nu is het een nietig nostalgisch overblijfsel dat detoneert tegen de achtergrond van kantoorkolossen. Dertig jaar geleden zat ik hier samen met mijn oom de baggerkapitein bier te drinken en te kijken naar het gekrioel van de schepen in de baai. Maar ook dat beeld is verdwenen. De baai is afgesloten voor scheepvaart en volslagen doods. Het enige waterverkeer bestaat uit een enkele rondvaartboot die wat heen en weer vaart om de passagiers een blik vanaf het water op de omgeving te gunnen. Ik vraag me af wat daar de grap van is. In een cirkel rond de baai alleen maar hoogbouw. Bizarre vormen, glas en beton. Drie hoge wolkenkrabbers met daar bovenop en overlangs een lange constructie in de vorm van een boot. Daarin bevinden zich restaurants, een bos en een enorm zwembad, als het ware zwevend, hoog in de lucht.

oudsingaporeTja, Singapore.

In boekenzaak had ik nog in een boekje gebladerd met oude ansichtkaarten. Mooie boulevards en ruime straten, wit gekleurde, aantrekkelijke gebouwen, weelderig groen, winkeltjes, straatleven. Je ruikt de houtskoolvuurtjes en de durian bij het omslaan van de bladzijden. Maar dat Zuidoost-Azië is allang geleidelijk aan het verdwijnen. Niet alleen in Singapore, ook in Kuala Lumpur, Bangkok en andere grote steden. Strak en hoog is het devies, eenvormigheid, voorspelbaarheid en ontkoppeling van regionale tradities en vormen. Vooruitgang. Maar alles is wel schoon en er ligt geen vuilnis op straat. Dat kan je van de Indonesische steden niet zeggen.

Is er nog ergens een mooie stad in Zuidoost-Azië die enerzijds niet te druk en chaotisch is, niet naar uitlaatgassen en afval ruikt, maar anderzijds de klassieke Aziatisch levendigheid en sfeer uitstraalt en een lust is voor de zintuigen? Wie het weet mag het zeggen. Ik hou me aanbevolen.